In Brazilië voltrekt zich een gevaarlijke evolutionaire kruising: twee van ‘s werelds meest destructieve plagen in de landbouw, de katoenbolworm en de maïsoorworm, kruisen elkaar en delen resistentiegenen voor pesticiden. Door deze genetische uitwisseling ontstaan ​​hybride soorten die de oogstopbrengsten wereldwijd kunnen verlammen, met name met gevolgen voor de cruciale Braziliaanse sojabonenindustrie. De situatie geeft aanleiding tot ernstige zorgen over de mondiale voedselzekerheid, aangezien Brazilië een belangrijke exporteur is van sojabonen die voor zowel menselijke als dierlijke consumptie worden gebruikt.

De opkomst van hybride verzet

Jarenlang vertrouwden boeren op genetisch gemodificeerde (Bt) gewassen die ingebouwde pesticiden bevatten om deze ‘megapests’ onder controle te houden. De kruising tussen Helicoverpa armigera (katoenbolworm) en Helicoverpa zea (maïsoorworm) ondermijnt deze strategie echter. Onderzoekers hebben ontdekt dat een aanzienlijk deel van H. armigera draagt ​​nu Bt-resistentiegenen verkregen van H. zea, dat decennia geleden aanvankelijk resistentie ontwikkelde in Noord-Amerikaanse maïsvelden.

De snelheid van deze overdracht is alarmerend. Bijna allemaal H. zea in Brazilië heeft ook resistentie tegen pyrethroïde insecticiden verkregen van H. armigera. Dit betekent dat het steeds moeilijker wordt om het ongedierte met conventionele methoden te doden, waardoor boeren gedwongen worden tot een kostbare wapenwedloop tegen de zich ontwikkelende resistentie.

Waarom Brazilië ertoe doet

Het Braziliaanse landbouwsysteem is bijzonder kwetsbaar omdat meer dan 90% van de sojaproductie op Bt-basis is gebaseerd. Een ineenstorting van de opbrengsten als gevolg van resistentie tegen plagen kan leiden tot pieken in de voedselprijzen, ontbossing (omdat boeren ter compensatie meer land kappen) en een verhoogde uitstoot van broeikasgassen. De situatie is niet hypothetisch; de komst van H. armigera veroorzaakte in 2013 al miljarden dollars aan schade aan de Braziliaanse landbouw.

De grenzen van de huidige oplossingen

Terwijl plantenbedrijven nieuwe Bt-gewassen met meerdere resistentie-eiwitten ontwikkelen, is dit een langzaam en duur proces. De meest effectieve oplossing – het planten van niet-Bt-vluchtgewassen om de verspreiding van resistentie te vertragen – wordt in veel regio’s vaak genegeerd door boeren. Het probleem beperkt zich niet tot hybridisatie; resistentie tegen plagen evolueert ook binnen soorten, zoals te zien is in China, waar H. armigera ontwikkelde onafhankelijk Bt-resistentie.

De realiteit is dat de mondiale connectiviteit en de klimaatverandering de barrières voor de uitbreiding van het verspreidingsgebied van soorten verlagen, waardoor biologische invasies en megaplagen een steeds wijdverbreidere bedreiging worden. De snelle genetische uitwisseling tussen deze plagen onderstreept de noodzaak van agressievere strategieën voor resistentiebeheer, inclusief strikte handhaving van richtlijnen voor het planten van toevluchtsoorden.

De zich ontvouwende crisis in Brazilië dient als een duidelijke waarschuwing: de ongecontroleerde evolutie van plagen heeft het potentieel om de mondiale voedselsystemen te ontwrichten en de bestaande druk op het milieu te verergeren.