In sommige delen van de wereld is gif al millennia lang een onderdeel van de jachtpraktijk. Nieuwe bevindingen uit Zuid-Afrika verleggen de oorsprong van deze techniek dramatisch, waaruit blijkt dat mensen minstens 60.000 jaar geleden vergiftigde pijlpunten gebruikten – veel eerder dan eerder werd gedacht. Deze ontdekking herschrijft ons begrip van het vroege menselijk vernuft en de complexe relatie tussen mensen en de natuurlijke wereld.
Vroeg bewijs van chemische oorlogsvoering
Tot voor kort suggereerde archeologisch bewijs dat het gebruik van vergiftigde pijlen pas ongeveer 8.000 jaar geleden begon. Eerdere vermoedens ontstonden in 2020 toen onderzoekers pijlpunten vonden die tussen de 50.000 en 80.000 jaar oud waren en leken op moderne, vergiftigde pijlpunten. Nu is er definitief bewijs opgedoken: vijf 60.000 jaar oude pijlpunten van kwartsiet, opgegraven in 1985 in de Umhlatuzana-rotsschuilplaats in Zuid-Afrika, dragen nog steeds sporen van giftige plantenalkaloïden.
Concreet bevatten de pijlpunten buphandrine en epibuphanisine – krachtige verbindingen die voorkomen in het melkachtige sap van de plant Boophone disticha. Het wortelexsudaat van deze plant kan rechtstreeks op de pijlpunten worden aangebracht, of tot hars worden verwerkt door het te verwarmen en te drogen. Uit de analyse van het team blijkt dat dit geen accidentele besmetting was; het vinden van het gif op vijf van de tien bemonsterde artefacten duidt op opzettelijke toepassing.
Een voortdurende traditie?
De ontdekking is belangrijk omdat hetzelfde gif tot in de moderne tijd door de San-bevolking in zuidelijk Afrika is gebruikt. Onderzoeker Marlize Lombard speculeert dat de praktijk minstens 60.000 jaar ononderbroken heeft kunnen voortduren, waardoor het een van de oudst bekende voortdurende culturele tradities is.
Het gif is zeer effectief: binnen 30 minuten dodelijk voor knaagdieren en kan bij mensen ernstige ziekten veroorzaken, waaronder misselijkheid en coma. Bij groter wild zou het de dieren hebben verzwakt, waardoor ze gemakkelijker te volgen en te doden waren. De oorsprong van deze kennis is waarschijnlijk toevallig; Lombard suggereert dat vroege mensen de effecten van het gif hebben geleerd door de bollen van de plant te consumeren, wat tot ziekte of de dood heeft geleid.
Verfijnd gebruik van natuurlijke verbindingen
De bevindingen benadrukken een geavanceerd begrip van de biochemie van planten. Zoals Sven Isaksson van de Universiteit van Stockholm opmerkt, gaat het hier niet alleen om het gebruik van planten voor voedsel of gereedschap; het gaat over het exploiteren van hun chemische eigenschappen – inclusief medicinale, hallucinerende en, in dit geval, dodelijke eigenschappen.
Om de resultaten verder te valideren, testte het team pijlen die in de jaren 1770 waren verzameld door de Zweedse natuuronderzoeker Carl Peter Thunberg. Die monsters bevatten ook dezelfde dodelijke alkaloïden. Dit bevestigt de consistentie van de praktijk op de lange termijn.
De ontdekking onderstreept de al lang bestaande, complexe relatie tussen mens en natuur, waarbij kennis van giftige planten niet alleen over overleven ging, maar ook over het verfijnen van jachttechnieken over tienduizenden jaren.
Het bewijsmateriaal versterkt het idee dat vroege menselijke populaties hun omgeving scherp in de gaten hielden en bedreven waren in het gebruiken van natuurlijke hulpbronnen op manieren die hun overlevingskansen maximaliseerden.
